Brandende elektrische auto’s trekken regelmatig de aandacht. Beelden van accu’s die langdurig blijven roken, wekken al snel de indruk dat elektrische auto’s bijzonder gemakkelijk vlam vatten. De beschikbare kennis ondersteunt die aanname echter niet. Doorslaggevend is het onderscheid tussen de waarschijnlijkheid van een brand en het mogelijke verloop ervan.
Volgens de huidige kennis vatten elektrische auto’s niet vaker vlam, maar een beschadigde hoogspanningsaccu kan het blussen wel bemoeilijken.
Mythe 1: elektrische auto’s vliegen bijzonder vaak in brand
Analyses van verzekeraars, brandweerkorpsen en overheidsinstanties leveren tot nu toe geen betrouwbaar bewijs dat volledig elektrische auto’s vaker in brand vliegen dan voertuigen met een benzine- of dieselmotor. Sommige onderzoeken wijzen zelfs op een lager brandrisico. Een algemeen percentage noemen zou desondanks niet verantwoord zijn, omdat de gebruikte gegevens en telmethoden verschillen.
Bij een eerlijke vergelijking moet rekening worden gehouden met de leeftijd van de voertuigen, het aantal gereden kilometers, de omvang van het wagenpark en de betreffende brandoorzaak. Elektrische auto’s zijn gemiddeld jonger dan veel auto’s met een verbrandingsmotor. Bovendien maken sommige statistieken geen duidelijk onderscheid tussen volledig elektrische auto’s, plug-inhybrides en andere hybridevoertuigen. Afzonderlijke spectaculaire incidenten zeggen daarom weinig over het algemene risico.
Waarom kunnen voertuigen überhaupt in brand vliegen?
| Aspect | Elektrische auto | Auto met verbrandingsmotor |
|---|---|---|
| Typische energiebron | Hoogspanningsaccu en elektrische componenten | Brandstof, olie en hete motoronderdelen |
| Mogelijke oorzaken | Ernstige ongevalsschade, interne celfout, ondeskundige reparatie | Brandstoflek, elektrisch defect, oververhitting, ongeval |
| Bijzonderheid bij brand | Thermische ontsporing van afzonderlijke accucellen is mogelijk | Vloeibare brandstof kan zich verspreiden en snel ontbranden |
| Nacontrole | De accutemperatuur moet langer worden bewaakt | Controle op smeulende resten en lekkende vloeistoffen |
Bij beide aandrijftypen kunnen bovendien gewone onderdelen zoals banden, kunststoffen, interieurbekleding of het elektrische 12-voltsysteem branden. Niet elke brand in een elektrische auto begint dus in de tractieaccu.
Mythe 2: elk ongeval leidt tot een accubrand
Hoogspanningsaccu’s zijn meestal beschermd in de voertuigbodem geplaatst. Stevige behuizingen, botsstructuren, zekeringen en automatische scheidingssystemen moeten voorkomen dat beschadigde kabels onder spanning blijven staan. De accu’s moeten bovendien voorgeschreven veiligheids- en belastingstests doorstaan.
Een zware botsing of ernstige vervorming kan accucellen desondanks beschadigen. Als intern kortsluiting ontstaat, kunnen de cellen zeer heet worden. Deze reactie wordt thermische ontsporing genoemd. De hitte van één cel kan overslaan op aangrenzende cellen → de brand kan daardoor met vertraging ontstaan of opnieuw oplaaien.
Na een ernstig ongeval mag het voertuig daarom niet op eigen initiatief worden verplaatst of opgeladen. Schade aan de onderzijde, ongewone geluiden, rook, een scherpe geur of een sterke warmteontwikkeling zijn waarschuwingssignalen voor mogelijke accuschade.
Mythe 3: een brandende elektrische auto kan niet worden geblust
Ook een accubrand kan in principe worden geblust. Brandweerkorpsen gebruiken vaak grote hoeveelheden water om de accu te koelen en de reactie tussen de cellen te stoppen. De inzet kan langer duren dan bij een gewone voertuigbrand. Daarna zijn temperatuurcontroles en eventueel een veilige stallingsplaats nodig.
Speciale containers zijn niet bij elke brand in een elektrische auto noodzakelijk. De concrete aanpak hangt af van het voertuig, de schade en de omgeving. Reddingskaarten en informatie van de fabrikant helpen hulpdiensten om de positie van de accu, scheidingspunten en veilige hefpunten te vinden.
Zijn parkeergarages ongeschikt voor elektrische auto’s?
Uit de elektrische aandrijving volgt geen algemeen verhoogd brandrisico in parkeergarages. Doorslaggevend zijn de bouwkundige brandveiligheid, goed werkende rookafvoer, vluchtroutes en de toegankelijkheid voor de brandweer. Deze eisen gelden voor alle voertuigen.
Laadvoorzieningen moeten vakkundig worden gepland, geïnstalleerd en gecontroleerd. Gewone stopcontacten zijn vaak niet geschikt voor langdurig laden met een hoog vermogen. Een vast geïnstalleerde wallbox met geschikte beveiligingscomponenten vermindert de risico’s van overbelaste kabels of slechte contacten.
Wat te doen bij rook of vuur?
- Stoppen en uitstappen: Zet het voertuig veilig neer als dat zonder gevaar mogelijk is. Alle inzittenden moeten afstand nemen.
- Het alarmnummer bellen: Meld dat het om een elektrische auto gaat. Geef de locatie en zichtbare tekenen zo nauwkeurig mogelijk door.
- Afstand houden: Adem de rook niet in en raak het voertuig niet aan. Ook een accu die gedoofd lijkt, kan opnieuw heet worden.
- Niet zelf aan het hoogspanningssysteem werken: Oranje kabels, accubehuizingen en beschadigde componenten mogen alleen door vakmensen worden aangeraakt.
Een kleine beginnende brand buiten de accu kan met een geschikte brandblusser worden bestreden, maar alleen als de vluchtroute vrij is en dit geen persoonlijk gevaar oplevert. Bij rook uit de voertuigbodem of hoorbare reacties in de accu geldt: houd afstand en laat het blussen aan de brandweer over.
Conclusie: minder vaak betekent niet ongevaarlijk
De bewering dat elektrische auto’s in het algemeen vaker in brand vliegen, wordt niet ondersteund door de beschikbare gegevens. Accubranden stellen hulpdiensten echter wel voor bijzondere uitdagingen, omdat rekening moet worden gehouden met intense hitte, mogelijk opnieuw oplaaien en langdurigere bewaking. Voor bestuurders blijven vakkundig laden, professionele reparaties en correct handelen na een ongeval de belangrijkste voorzorgsmaatregelen.



