Rome investeert € 116,7 miljoen in emissievrije bussen
Rome investeert verder in het openbaar vervoer en stelt een pakket van ongeveer € 116,7 miljoen beschikbaar voor nieuwe emissievrije bussen en de bijbehorende infrastructuur. Het geld is afkomstig van het Italiaanse ministerie van Infrastructuur en Vervoer en wordt via de gemeente doorgegeven aan vervoersbedrijf ATAC. Een overeenkomst tussen de gemeente en de vervoerder moet nu de praktische uitvoering in gang zetten.
Het doel is duidelijk: de busvloot moet sneller koolstofvrij worden, zonder dat de exploitatie vastloopt door ontbrekende laad- of tankinfrastructuur. Het gaat daarom niet alleen om voertuigen, maar ook om gemoderniseerde bedrijfsvoorzieningen.
Zo wordt het budget verdeeld over waterstof en batterijen
Het grootste deel van het pakket is bestemd voor waterstof. Ook voor batterij-elektrische bussen is een aanzienlijk bedrag gereserveerd, maar details over aantallen en fabrikanten zijn nog niet bekend.
| Onderdeel | Budget | Wat tot nu toe bekend is |
|---|---|---|
| Waterstofbussen (brandstofcel) | € 83,6 miljoen | Aanschaf aangekondigd, aantallen en modellen nog niet bekendgemaakt |
| Batterij-elektrische bussen | € 27,1 miljoen | Aanschaf aangekondigd, aantallen en laadopstelling nog niet gespecificeerd |
| Waterstofhub Acilia (EU-middelen) | ongeveer € 6 miljoen | Lokale productie van groene waterstof via elektrolyse en tankvoorzieningen voor de bussen |
Comfort en exploitatie: dit bieden de bussen van de ‘nieuwe generatie’
Tot de geplande voorzieningen behoren een toegankelijk ontwerp en functies die in het dagelijks gebruik merkbaar zijn: airconditioning, USB-aansluitingen, cameratoezicht en systemen voor het tellen van passagiers. Vooral die laatste helpen om lijnen beter te plannen en capaciteit gerichter in te zetten, in plaats van alleen maar om ‘meer voertuigen’ te vragen.
Acilia: lokaal groene waterstof produceren in plaats van aanvoeren
Parallel aan de aanschaf van de voertuigen bouwt Rome op de ATAC-locatie Acilia in het zuiden van de stad een waterstofhub. Daar moet lokaal via elektrolyse groene waterstof worden geproduceerd om de brandstofcelbussen van brandstof te voorzien. Dat is strategisch zinvol, omdat het de afhankelijkheid van toeleveringsketens vermindert en beter voorspelbaar maakt of er genoeg brandstof beschikbaar is voor de dagelijkse dienstregeling.
De gemeente koppelt de aanschaf van emissievrije bussen rechtstreeks aan de aanleg van de benodigde infrastructuur, zodat nieuwe voertuigen niet op het terrein blijven staan doordat laad- of tankmogelijkheden ontbreken.
Op termijn wordt zelfs overwogen om de installatie uit te breiden met een waterstoftankstation voor particuliere gebruikers. Of en wanneer dat gebeurt, is echter nog niet duidelijk en hangt sterk af van de vraag, regelgeving en economische haalbaarheid.
Schoner openbaar vervoer, strengere binnenstad: twee kanten van dezelfde strategie
De investeringen in bussen vormen slechts één onderdeel van de Romeinse mobiliteitstransitie. Tegelijkertijd wil de gemeente het autoverkeer in het historische centrum verder beperken. Sinds juli 2026 is de toegang tot de verkeersluwe zone (ZTL, de Italiaanse zone met beperkt verkeer) ook voor elektrische auto’s niet langer gratis, maar tegen betaling.
De belangrijkste reden is de overbelasting: volgens de gemeente rijden dagelijks ongeveer 50.000 auto’s de zone binnen, hoewel die slechts is berekend op ongeveer 20.000 voertuigen. Per saldo betekent dit dat het aanbod en de kwaliteit van het openbaar vervoer moeten verbeteren, terwijl het totale verkeersvolume in het centrum moet afnemen.
Betekenis voor de DACH-regio
Voor de DACH-regio — Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland — is het Romeinse pakket interessant, omdat het een trend laat zien die ook daar steeds vaker zichtbaar is: steden combineren de vervanging van wagenparken met de aanleg van infrastructuur, in plaats van beide afzonderlijk te behandelen. Vooral de duidelijke budgetverdeling tussen batterij-elektrische en waterstofvoertuigen onderstreept dat gemeenten technologisch nog steeds op twee sporen plannen, afhankelijk van het inzetprofiel, de situatie in de remise en de beschikbaarheid van energie.



