Smart #2: de tweezitter keert terug, maar zonder in de retroval te trappen
Kleine tweezitters zijn in 2026 een zeldzame soort. Botsveiligheidseisen, kostendruk in het instapsegment en de ‘hardware’ van elektrische mobiliteit (een accu in de bodem en een hoog systeemgewicht) maken ultrakorte auto’s voor veel fabrikanten onaantrekkelijk.
Toch begeeft Smart zich opnieuw in deze niche en introduceert het met de Smart #2 een elektrische opvolger van de iconische stadsauto. De boodschap: geen nostalgische remake, maar een modern instapmodel dat tegelijkertijd als herkenbaar boegbeeld voor het merk moet dienen.
Design-DNA: herkenbaar, maar bewust niet ‘zoals vroeger’
Smart plaatst de #2 duidelijk in de traditie van de City-Coupé en Fortwo. De herkenbaarheid moet vooral voortkomen uit de verhoudingen en het silhouet, dus uit wat je op het eerste gezicht als een Smart herkent.
Interessant is hoe het merk omgaat met een van de meest iconische Smart-elementen: de Tridion-veiligheidskooi. Constructief blijft het principe van een beschermende structuur rond de inzittenden behouden, maar het wordt verder ontwikkeld om aan de huidige veiligheidseisen te voldoen.
Visueel treedt de kooi bij de #2 veel minder op de voorgrond. In plaats van de bescherming nadrukkelijk aan de buitenkant te tonen, zorgt een tweekleurig, ogenschijnlijk zwevend dak voor de visuele afbakening. Smart noemt dit een moderne interpretatie van het Tridion-concept.
Techniek en indeling: ‘wheels-to-the-corners’ als kernprincipe
Om een tweezitter in het dagelijks gebruik echt ‘Smart’ te laten blijven, moet hij vanbinnen groter aanvoelen dan hij vanbuiten is. Precies daarvoor is de nieuwe Electric Compact Architecture bedoeld: de wielen staan ver in de hoeken van de auto. Het resultaat: korte overhangen, een kenmerkend silhouet en vooral meer bruikbare binnenruimte op een klein grondoppervlak.
Smart omschrijft dit voordeel als een hoge ‘Body Space Index’, oftewel een bijzonder efficiënte verhouding tussen de buitenmaten en de bruikbare binnenruimte. In het dagelijks gebruik betekent dit: gemakkelijker parkeren, maar toch een interieur dat niet als een compromis aanvoelt.
Focus op kosten: minder ‘features’, meer inhoud
De #2 moet als instapmodel functioneren, dus moest het concept vanaf het begin kostenbewust worden ontwikkeld. Volgens Smart ging het er niet om een voltooide auto achteraf uit te kleden, maar om al vroeg duidelijke prioriteiten te stellen.
De nadruk ligt op ruimte, verhoudingen, oppervlakken en de uitstraling van de materialen. Dure of overdreven snufjes die uiteindelijk alleen de prijs opdrijven, zijn bewust vermeden. Dat past bij het oorspronkelijke Smart-idee: doelgerichte eenvoud, niet schrappen om het schrappen.
Waarom nu pas? Smart wilde eerst bewijzen dat het merk meer kan
Veel mensen vragen zich af waarom Smart de tweezitter niet meteen bij de herstart van het merk heeft teruggebracht. De verklaring is begrijpelijk: Smart wilde eerst in andere segmenten laten zien dat het merk niet alleen door de lengte van een auto wordt bepaald, maar door oplossingen voor stedelijke mobiliteit en efficiënt ruimtegebruik.
De tweezitter stond daarbij altijd al vast, maar bewust niet als eerste stap. Dat modelnummer ‘2’ lange tijd vrij bleef, was volgens Smart geen toeval.
Ontwikkelingstempo met Geely: ‘China Speed’ plus nieuwe hulpmiddelen
De #2 wordt samen met Geely ontwikkeld, onder omstandigheden die velen ‘China Speed’ noemen: snellere cycli, nauwer op elkaar afgestemde processen en hoge uitvoeringsdruk. Smart ziet dat niet als een breuk met zijn werkwijze, maar als de nieuwe norm in de sector.
Ook moderne hulpmiddelen zoals AI worden tijdens de ontwerpfase ingezet. Het idee daarachter: sneller van een idee tot solide ontwerpen komen. De uiteindelijke creatieve beslissingen moeten echter bij het ontwerpteam blijven.
Betekenis voor Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland
Voor de markt in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is de Smart #2 vooral interessant als Smart twee zaken goed voor elkaar krijgt: de compacte afmetingen van een echte stadsauto ondanks de huidige veiligheidseisen, en een prijs die niet zo hoog oploopt dat elektrische compacte SUV’s te dichtbij komen.



