EV Actueel

Nieuws · · 4 min leestijd

VW-fabriek Zwickau: Blume toetst toekomst aan concurrentiekracht

VW-topman Oliver Blume heeft tijdens een bezoek aan de fabriek in Zwickau benadrukt dat voor meerdere locaties in de jaren 2030 nog geen concurrerende bezettingsgraad duidelijk in zicht is. Fabriekssluitingen zijn echter niet besloten en blijven volgens Blume de “laatste en duurste” optie. De merken en fabrieken moeten de komende zes tot twaalf maanden concrete opties uitwerken. Zwickau krijgt daarbij “dezelfde kans” als andere locaties.

Constantin Hoffmann

Auteur

VW in Zwickau: geen besluit, maar wel een duidelijke opdracht

Tijdens een bezoek aan de Volkswagen-fabriek in Zwickau heeft groepschef Oliver Blume de toekomst van de locatie in de Duitse deelstaat Saksen toegelicht. De kern: voor meerdere fabrieken ziet VW momenteel nog geen solide, concurrerende bezettingsgraad voor de jaren 2030. Daarbij werden Emden, Hannover, Zwickau en Neckarsulm genoemd.

Belangrijk voor de context: er is geen besluit genomen over fabriekssluitingen. Blume omschreef sluitingen als “altijd de laatste en duurste oplossing”. In plaats van op korte termijn harde beslissingen te nemen, kiest het concern eerst voor een gestructureerde periode waarin opties worden onderzocht.

6 tot 12 maanden voor concrete opties, concurrentiekracht is doorslaggevend

De merken moeten samen met de fabrieken binnen de komende zes tot twaalf maanden concrete “scenario’s” uitwerken. Het doel is om solide toekomstperspectieven te ontwikkelen voor alle betrokken locaties, dus niet slechts voor één afzonderlijke fabriek.

Voor Zwickau formuleerde Blume daarbij een zin die beide kanten op kan werken: de locatie krijgt “dezelfde kans als elke andere fabriek in Europa”. Uiteindelijk geeft de concurrentiekracht de doorslag. In de praktijk betekent dit: kosten, productiviteit, complexiteit en de vraag welke voertuigen of industriële taken realistisch aan de fabriek kunnen worden toegewezen.

Complimenten voor Zwickau: lagere kosten, betere processen en nieuwe projecten

Blume benadrukte uitdrukkelijk dat het personeel in Zwickau al resultaten heeft geboekt: de kosten zijn verlaagd, processen verbeterd en de afgesproken personele herstructurering is volgens plan uitgevoerd. Ook de recent gestarte voertuigproductie zag hij als bewijs van het niveau van de locatie.

In Zwickau worden onder meer modellen gebouwd waarnaar ook in de DACH-regio, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, veel vraag is, waaronder de VW ID.3 en de Audi Q4. Daarnaast wordt er de Cupra Born geproduceerd, die eveneens een duidelijke rol speelt in het compacte segment.

Blume verwees bovendien naar de geplande Circular Economy Hub. Daarachter zit doorgaans het principe om onderdelen en materialen systematischer te hergebruiken en kringlopen op te zetten, wat op lange termijn de kosten en afhankelijkheden kan verminderen. Zo’n extra industriële pijler kan voor een locatie doorslaggevend zijn wanneer de bezettingsgraad van de voertuigproductie schommelt.

Integratie in Volkswagen AG: Blume erkent vertragingen

Een ander punt is de vertraagde integratie van de fabriek in Volkswagen AG, de Duitse naamloze vennootschap binnen het concern. Blume stelde zich zelfkritisch op en zei dat hij de teleurstelling daarover begreep. Het probleem zou niet bij de locatie liggen en hij zou zich er persoonlijk voor inzetten om deze integratie voort te zetten.

Voor het personeel is dit meer dan symboliek. Dergelijke structuurkwesties beïnvloeden vaak hoe snel besluiten worden genomen over investeringen, programma’s of nieuwe takenpakketten, en daarmee uiteindelijk ook hoe goed de komende jaren kunnen worden gepland.

Kostenverschil met andere fabrieken blijft het pijnpunt

Ondanks de verbeteringen blijft de interne vergelijking volgens Blume lastig. Hij stelde dat de arbeidskosten in Zwickau momenteel meer dan twee keer zo hoog zijn als bij vergelijkbare Europese locaties. Ook wat de fabriekskosten betreft, zijn andere vestigingen goedkoper.

Dat zou geen verwijt zijn, maar de realiteit waaraan een locatie zich moet laten meten. Voor VW is dit juist relevant in een markt waarin de prijsdruk door nieuwe aanbieders, snellere productcycli en een steeds mondialer platformbedrijf verder toeneemt.

Banenreductie: focus op indirecte afdelingen, management moet met 25% krimpen

Over de aangekondigde banenreductie zei Blume dat deze vooral afdelingen buiten de directe voertuigproductie treft. Hij noemde functies op concernniveau, centrale afdelingen, ontwikkeling en verkoop. Daarnaast moet binnen het management een kwart van de functies verdwijnen.

Blume verduidelijkte dat het vaak genoemde aantal van ongeveer 50.000 banen wereldwijd geen doelstelling is, maar een theoretische uitkomst van de kostenvergelijking. Volkswagen zit momenteel ongeveer 30% boven het gemiddelde van vergelijkbare ondernemingen. De boodschap: het gaat er niet om kleiner te worden, maar om efficiënter te werken en zo financieel slagvaardig te blijven.

Vrijwillige instrumenten: natuurlijk verloop, deeltijdpensioen en terughoudend aannemen

Bij de personeelsreductie wil VW gebruik blijven maken van vrijwillige instrumenten. Genoemd werden pensioneringen, regelingen met wederzijds goedvinden, natuurlijk verloop en een terughoudend aannamebeleid. Daarnaast moet deeltijdpensioen, een Duitse regeling voor een geleidelijke overgang naar pensionering, voor meer leeftijdsgroepen worden opengesteld. De details worden met de werknemersvertegenwoordigers besproken.

Ongeveer de helft van de huidige aanpassingsbehoefte betreft Duitsland; de andere helft is internationaal verdeeld over circa 170 ondernemingen. Daarmee is duidelijk dat de herstructurering veel breder is opgezet, ook al ligt de nadruk in het publieke debat vaak op de Duitse fabrieken.

Waarom VW juist nu zo scherp rekent

Blume noemde onder meer invoerheffingen, nieuwe concurrenten en geopolitieke risico’s als oorzaken. Dit raakt niet alleen VW, maar de hele auto-industrie, vooral in Europa, waar CO2-eisen, energieprijzen en marktdynamiek samenkomen.

Blume verwees daarnaast naar de operationele winstmarge van 3,8%. Die ligt weliswaar in lijn met de concurrentie, maar is niet voldoende om de toekomst “op eigen kracht” te financieren. Voor elektrische auto’s betekent dit dat schaalvergroting, productie- en platformkosten en de vraag in een verhouding moeten komen die investeringen in volgende generaties mogelijk maakt. Wie een overzicht wil van de elektrische compacte SUV’s en alternatieven die momenteel op de Duitse markt verkrijgbaar zijn, vindt dat ook in ons overzicht Elektrische compacte SUV’s in Duitsland in 2026.

Voor Zwickau en andere locaties komt het daarmee neer op een transparante concurrentiestrijd, gekoppeld aan de opdracht om de komende maanden concrete, solide industriële opties op tafel te leggen.

Nieuws ·

BYD plant elektrische miniauto voor Europa, mogelijk gemaakt door X-Pack

BYD wil de technologie van zijn Japanse kei-car Racco kennelijk wereldwijd uitrollen, ook met het oog op Europa. Centraal staat het nieuwe X-Pack-batterijsysteem, dat vermogenselektronica rechtstreeks in het accupakket integreert. Zo kunnen bij zeer kleine auto’s de beschikbare ruimte en de kreukelzone beter met elkaar worden verenigd. Productie in Europa, bijvoorbeeld in de geplande BYD-fabriek in Hongarije, kan bovendien de gevolgen van invoerheffingen beperken.

Nieuws ·

Tesla Model Y (2026) behaalt IIHS Top Safety Pick+

De Tesla Model Y van modeljaar 2026 heeft van het Amerikaanse veiligheidsinstituut IIHS de onderscheiding Top Safety Pick+ gekregen. Volgens het IIHS behaalde de auto topscores bij de relevante crashtests. Voor kopers in de DACH-regio (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) is dit vooral een extra aanwijzing voor het hoge veiligheidsniveau van het platform, ook al komen de IIHS-criteria niet volledig overeen met Europese tests.