EV Actueel

Nieuws · · 4 min leestijd

Batterijcellen uit Azië: Europa loopt tot 2030 veel geld mis

Een nieuwe sectoranalyse laat zien hoe sterk de Europese auto-industrie voor batterijcellen en grondstoffen afhankelijk is van Azië. Hierdoor zou Europa tot 2030 tot 150 miljard euro aan toegevoegde waarde kunnen mislopen, terwijl onderzoek, winst en kennis steeds vaker buiten Europa terechtkomen.

Constantin Hoffmann

Auteur

Europa’s batterijcelprobleem wordt een miljardenkwestie

Bij elektrische auto’s bepaalt de batterij niet alleen de actieradius en laadtijd, maar ook de prijs en winstmarge. Juist daarom is Europa’s huidige afhankelijkheid van Aziatische toeleveringsketens meer dan een politiek twistpunt: het is een concreet concurrentienadeel. Een recente analyse raamt de economische gevolgen voor de Europese auto-industrie tot 2030 op maximaal 150 miljard euro aan misgelopen toegevoegde waarde.

De kern: een groot deel van de toegevoegde waarde van batterijen ontstaat niet in Europa, maar op de plekken waar cellen worden geproduceerd, materialen worden verwerkt en processen worden geïndustrialiseerd. Europa koopt daardoor niet alleen producten in, maar importeert in veel gevallen ook het toekomstige concurrentievermogen van zijn eigen industrie.

77% van de wereldwijde celproductie vindt plaats in Azië, Europees aandeel krimpt

Volgens het onderzoek is Azië inmiddels goed voor 77% van de wereldwijde productie van batterijcellen voor elektrische auto’s, na opnieuw een duidelijke groei. Europa heeft daarentegen een aanzienlijk kleiner aandeel in de wereldwijde capaciteit. Zelfs bij Europese projecten spelen Aziatische concerns vaak een doorslaggevende rol.

Dat heeft twee directe gevolgen. Ten eerste vloeit een groot deel van de winst uit een essentieel onderdeel van elektrische mobiliteit naar het buitenland. Ten tweede verplaatst ook het onderzoek zich naar de plekken waar de industriële uitvoering plaatsvindt, omdat innovatie in de batterijsector sterk samenhangt met productie, schaalvergroting en kwaliteitsgegevens uit het productieproces.

Waarom juist batterijen zoveel toegevoegde waarde verplaatsen

Batterijen vormen een snelgroeiende markt. De wereldwijde productiecapaciteit is binnen één jaar gestegen tot 920 GWh. Voor 2030 wordt, afhankelijk van de prognose, een totale markt van 5,5 tot 6,5 TWh verwacht. Wie de cellen en de materiaalketen beheerst, heeft in de praktijk ook controle over kostendalingen, leveringszekerheid en een groot deel van de productontwikkeling.

Voor Europese fabrikanten betekent dit dat de toegevoegde waarde van de batterij bepalend kan zijn voor de vraag of een model winstgevend wordt op de massamarkt, zelfs als de auto in Europa wordt ontwikkeld en geassembleerd. Tesla laat al jaren zien hoe sterk verticale integratie, celstrategie en software-optimalisatie elkaar kunnen versterken, zonder dat dit automatisch betekent dat elke fabrikant precies dezelfde weg moet volgen.

Waardeketen van batterijen: assemblage is niet de hoofdprijs

Een belangrijk kritiekpunt uit het onderzoek en de wetenschap is dat veel projecten in Duitsland en Europa zich richten op onderzoek of op de eindassemblage van modules en batterijpacks, terwijl belangrijke schakels aan het begin van de keten ontbreken. De grootste invloed ligt echter niet aan het einde, maar aan het begin.

Fase in de waardeketen van batterijen Globale omvang van het aandeel in de toegevoegde waarde
Winning en verwerking van grondstoffen maximaal 60%
Celproductie ongeveer 15 tot 30%
Assemblage van modules en batterijpacks ongeveer 10 tot 15%

Anders gezegd: wie alleen assembleert, blijft vaak steken bij een relatief lage toegevoegde waarde. Wie daarentegen raffinage, kathodematerialen, elektrodenproductie en celproductie beheerst, bouwt de industriële kern op die uiteindelijk ook de prijs, prestaties en toeleveringsketen stabiliseert.

Chinese merken winnen terrein in de EU ondanks extra invoerheffingen

Tegelijk met de ontwikkelingen rond batterijen verschuift ook de automarkt. Chinese merken hebben hun aandeel in de EU onlangs verder vergroot, ondanks aanvullende invoerheffingen. Voor Europese fabrikanten is dat dubbel nadelig: aantrekkelijke auto’s vergroten de concurrentiedruk rechtstreeks op hun thuismarkt, terwijl essentiële onderdelen vaak nog steeds uit dezelfde regio’s moeten worden geïmporteerd.

Dat betekent niet dat Europa geen sterke troeven heeft, integendeel. Kennis van voertuigplatforms, veiligheidsnormen, onderstelontwikkeling, productiekwaliteit en in toenemende mate software zijn echte pluspunten. Maar dat helpt minder wanneer de batterij als duurste afzonderlijke onderdeel structureel buiten de eigen invloedssfeer ligt.

Een ‘batterij-Airbus’ als idee: krachten bundelen in plaats van parallel bouwen

Als mogelijke oplossing wordt in het debat een soort Europees samenwerkingsproject voorgesteld, oftewel een ‘batterij-Airbus’. De gedachte daarachter: in plaats van dat afzonderlijke fabrikanten en landen met elkaar concurreren om subsidies, partners en locaties, zouden kennis en investeringen sterker kunnen worden gebundeld, bijvoorbeeld op het gebied van raffinage, materiaalproductie en grootschalige celproductie.

Niet zozeer de naam, maar vooral het mechanisme is interessant: in de batterij-industrie telt productie-expertise. Die ontstaat niet op de tekentafel, maar door consequente industrialisering met duidelijke doelstellingen, stabiele randvoorwaarden en een leercurve over meerdere productgeneraties.

Wat dit in de praktijk betekent voor elektrische auto’s

Voor kopers is het batterijvraagstuk niet abstract. Het beïnvloedt heel concreet hoe snel nieuwe celchemieën productierijp worden, hoe stabiel de prijzen blijven en of fabrikanten op korte termijn kunnen leveren. Ook de trend naar LFP-cellen laat zien hoe sterk kosten en toeleveringsketens de markt bepalen. Meer hierover staat in ons overzicht van de Chinese batterijmarkt en het aandeel van LFP.

Tegelijk wordt de overstap naar snellere laadarchitecturen een concurrentiefactor, omdat die ook invloed hebben op het batterijontwerp, de celchemie en het thermomanagement. Wie zich verder wil verdiepen, ziet in onze vergelijking 800 V versus 400 V in elektrische auto’s waarom de architectuur plotseling zo belangrijk wordt voor laadtijden en efficiëntie.

Ook op modelniveau is zichtbaar hoe snel nieuwe beloften rond batterijen en laden zich ontwikkelen, bijvoorbeeld bij BYD’s Flash Charging-technologie. Een voorbeeld is de BYD Seal 06 die in 9 minuten kan laden. Dit model laat zien hoe snel de ontwikkelingen op het gebied van cel- en systeemontwerp momenteel gaan.

Als batterij-expertise ontbreekt, dreigt een neerwaartse spiraal van hogere kosten, minder onderscheidend vermogen en onderzoek dat naar andere regio’s verhuist.

Betekenis voor de DACH-regio

Vooral Duitsland is door zijn auto-industrie sterk afhankelijk van de vraag waar toegevoegde waarde ontstaat. De DACH-regio omvat Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Ter vergelijking: de Duitse auto-industrie boekt jaarlijks een omzet van grofweg 440 miljard euro. Tegen deze achtergrond is een potentieel verlies van 150 miljard euro tot 2030 geen bijzaak, maar een structureel risico.

Voor de komende jaren wordt doorslaggevend of Europa de eerste schakels van de waardeketen voor batterijen verder kan uitbouwen: lithiumraffinage, kathodematerialen, elektrodenproductie en industriële celproductie. Als dat lukt, profiteren niet alleen autofabrikanten, maar ook toeleveranciers, machinebouwers en onderzoeksinstellingen in de hele regio.

Nieuws ·

Xiaomi zet voor elektrische auto’s in op een eigen batterij: Longjia komt eraan

Xiaomi wil voortaan meer invloed uitoefenen op batterijen voor elektrische auto’s en start daarom samen met industriële partners een eigen ontwikkelingsstrategie. De geplande Longjia-batterij moet als eerste in toekomstige SkyNomad-voertuigen verschijnen, met de nadruk op veiligheid, kwaliteitsnormen en controle over de toeleveringsketen. De volgende grote stap in Europa staat gepland vanaf 2027, wanneer Xiaomi ook hier breder de automarkt wil betreden.