EV Actueel

Nieuws · · 3 min leestijd

Chinese autofabrikanten verplaatsen productie naar Europa: dit zit erachter

Chinese fabrikanten zoals BYD, Chery en Leapmotor willen hun productie in Europa fors uitbreiden, deels via nieuwe fabrieken en deels door onbenutte capaciteit van bestaande fabrieken te gebruiken. Volgens een recente prognose worden in 2026 circa 90.000 voertuigen in Europa gebouwd, oplopend tot ongeveer 1 miljoen in 2030 en 1,5 miljoen in 2035. De drijvende krachten zijn EU-regels voor lokale waardecreatie en heffingen op in China geproduceerde elektrische auto’s, die op termijn mogelijk ook voor hybrides gaan gelden.

Chinese merken voeren Europese productie snel op

Chinese autofabrikanten bereiden zich voor op aanzienlijk meer lokale productie in Europa. Fabrikanten zoals BYD, Chery en Leapmotor zetten daarvoor twee middelen in: nieuwe fabrieken bouwen en beschikbare, tot nu toe onderbenutte capaciteit op Europese productielocaties benutten. De opschaling moet al dit jaar beginnen en uiterlijk in 2030 duidelijk aan tempo winnen.

Voor de Europese markt betekent dit een echte strategiewijziging. In plaats van voertuigen volledig uit China te importeren, komt de nadruk te liggen op lokale productie, vooral van elektrische auto’s en plug-inhybrides. Dat verkleint de risico’s van handelsbeleid en kan toeleveringsketens stabieler maken.

Prognose tot 2035: van 90.000 naar 1,5 miljoen voertuigen

Volgens een prognose van analisten worden in 2026 circa 90.000 voertuigen van Chinese merken in Europa gebouwd. Voor 2030 wordt uitgegaan van ongeveer 1 miljoen exemplaren en voor 2035 van 1,5 miljoen. De nadruk ligt daarbij duidelijk op geëlektrificeerde aandrijflijnen, oftewel volledig elektrische auto’s en plug-inhybrides.

Voor de DACH-regio, oftewel Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, betekent dit dat meer modellen waarschijnlijk niet alleen sneller beschikbaar komen, maar ook vaker het label ‘Made in Europe’ dragen, inclusief lokale typegoedkeuring, Europese leveranciers en mogelijk aangepaste uitrustingspakketten.

Waarom de productie nu verhuist: Europese waardecreatie en heffingen

Een belangrijke drijvende kracht is de geplande Industrial Accelerator Act (IAA) van de EU, een wet om de Europese industriële productie te stimuleren, waarvan de concrete invulling momenteel politiek wordt besproken. Er worden voorschriften verwacht voor industriële waardecreatie in Europa en regels voor buitenlandse directe investeringen. Afhankelijk van hoe streng deze kaders uitvallen, kan de prikkel toenemen om een groter deel van het productieproces naar de EU te verplaatsen.

Daarnaast zorgen de sinds eind 2024 ingevoerde extra EU-heffingen op in China gebouwde elektrische auto’s voor prijsdruk. Er wordt over gesproken om vergelijkbare maatregelen op termijn ook voor hybrides te laten gelden. Lokale productie wordt zo een manier om risico’s af te dekken, zoals andere fabrikanten dat al jaren via Europese fabrieken doen.

Spanje als belangrijkste productielocatie, gevolgd door Hongarije, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk

Volgens de analyse geldt Spanje als de belangrijkste productielocatie voor Chinese merken in Europa, gevolgd door Hongarije, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. Naar verwachting zal in 2030 ongeveer de helft van de Europese productie van Chinese modellen uit Spanje komen. In 2035 zou Spanje bijna 1 miljoen voertuigen kunnen produceren, oftewel circa twee derde van de totale Europese productie van Chinese merken.

Voor de Europese auto-industrie is dit ook relevant vanwege de bezettingsgraad van fabrieken: onbenutte capaciteit is duur. Als Chinese merken die capaciteit benutten, kan dat banen en toeleveringsnetwerken stabiliseren. Tegelijkertijd neemt de concurrentiedruk toe.

Volledige productie in plaats van alleen assemblage: lokaal aandeel stijgt sterk

Niet alleen de aantallen zijn interessant, maar ook de omvang van het lokale productieproces. Modelberekeningen gaan ervan uit dat tegen 2030 de volledige productie de overhand krijgt boven uitsluitend gedeeltelijke assemblage. In 2035 zou bijna 90% van de voertuigen lokaal kunnen worden geproduceerd.

Dat is belangrijk voor prijzen en stimuleringsregelingen: meer lokale productie betekent doorgaans meer Europese waardecreatie, kortere logistieke routes en minder afhankelijkheid van wereldwijde tekorten. Tegelijkertijd wordt het voor de EU-politiek en de industrie eenvoudiger om normen af te dwingen voor batterijtoeleveringsketens, recycling en duurzaamheidsbewijzen.

Kansen voor leveranciers, maar ook risico op verlies van kennis

Europese leveranciers hopen op extra opdrachten wanneer Chinese autofabrikanten in Europa gaan produceren. Tegelijkertijd bestaat de vrees dat Chinese concerns meer in het Europese leverancierslandschap investeren of bedrijven overnemen, waardoor kennis naar China wegvloeit. Dergelijke discussies zijn niet nieuw in Europa en worden mede door de IAA verder aangewakkerd.

Bezien vanuit elektrisch rijden: wat betekent dit voor kopers?

Alles bij elkaar wijst veel erop dat Europa voor Chinese fabrikanten verandert van een importmarkt in een productiemarkt. Voor kopers kan dat heel praktische voordelen opleveren: stabielere levertijden, minder risico dat heffingen in de prijs doorwerken en op middellange termijn een uitgebreidere service-infrastructuur. Tegelijkertijd blijft de concurrentie stevig, niet alleen voor Europese merken, maar ook voor Tesla. Dat produceert al jaren lokaal in Europa en heeft daardoor een structureel voordeel op het gebied van toeleveringsketens en productietempo.