Een miljoen Chinese auto’s uit Europa: dit zit achter de prognose
Chinese autofabrikanten willen in Europa niet langer alleen verkopen, maar ook steeds meer lokaal produceren. Analisten van een onderzoeksbureau voor mobiliteit verwachten dat het productievolume van Chinese merken in Europa tegen 2030 zal stijgen tot ongeveer één miljoen voertuigen. Ter vergelijking: voor 2026 wordt nog uitgegaan van circa 90.000 in Europa gebouwde auto’s van Chinese merken.
De achtergrond is niet zozeer één afzonderlijke fabriek, maar een bredere trend: Europa wordt strategisch belangrijker als productielocatie, omdat regelgeving, invoerheffingen en subsidiecriteria lokale productie aantrekkelijker maken. Voor kopers in de DACH-regio — Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland — is dit vooral relevant omdat hierdoor toeleveringsketens, prijzen, de beschikbaarheid van modellen en op middellange termijn ook de servicestructuren kunnen veranderen.
EU-regels als katalysator, Industrial Accelerator Act centraal
In Brussel wordt momenteel gewerkt aan een kader dat de industriële toegevoegde waarde in de EU moet versterken. De industrie verwacht dat dit uiteindelijk zal leiden tot quota en voorschriften die lokale productie en lokale toeleveringsketens feitelijk bevoordelen, bijvoorbeeld via eisen aan de herkomst van onderdelen of regels voor buitenlandse directe investeringen.
Voor Chinese fabrikanten betekent dit: wie op lange termijn op grote schaal in Europa wil meedoen, zal zich waarschijnlijk steviger in Europa moeten verankeren. Dat geldt niet alleen voor het eindproduct, maar ook voor delen van de toeleveringsketen. Vooral de batterij is daarbij interessant, omdat die bij een elektrische auto de grootste kostenpost vormt en een groot deel van de toegevoegde waarde vertegenwoordigt.
Spanje als magneet, gevolgd door Hongarije, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk
Volgens de analyses geldt Spanje als duidelijke favoriet voor nieuwe of herbestemde productiecapaciteit. Daarna volgen Hongarije, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. De voordelen van deze locaties zijn duidelijk: beschikbare industrieterreinen, havens, netwerken van toeleveranciers en politieke belangstelling voor banen en investeringen.
Er zijn meerdere voorbeelden van dit Europese productieoffensief. Chery wil in Spanje in een voormalige fabriek beginnen, MG bouwt een fabriek in Galicië en Geely kiest voor een samenwerking om vanaf 2027 in Spanje te produceren. BYD volgt in Europa een tweesporenstrategie en begint eerst met productie in Hongarije, terwijl verdere opties worden besproken.
Waarom Spanje zo vaak wordt genoemd
- Goede logistieke verbindingen met Europa en overzeese markten via havens
- Industriële expertise en deels beschikbare vrije capaciteit
- Politieke steun voor nieuwe industriële banen
Wat betekent „Made in Europe” bij elektrische auto’s werkelijk?
Het label klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk ingewikkeld. Als toekomstige EU-voorschriften meer gewicht toekennen aan lokale toegevoegde waarde, volstaat een pure assemblagefabriek niet langer. Dan gaat het al snel om vragen als: waar komen de batterijcellen vandaan, waar wordt het batterijpakket gebouwd en waar worden de vermogenselektronica, elektromotoren of software-integratie ontwikkeld?
Vooral fabrikanten die veel onderdelen zelf produceren, moeten berekenen of een daadwerkelijke verplaatsing rendabel is. Bij elektrische auto’s is uiteindelijk niet alleen de eindassemblagelijn bepalend, maar ook de mate waarin de productie van essentiële onderdelen wordt gelokaliseerd.
Assemblagefabriek of echte productie: precies hier schuilt het risico
Critici waarschuwen dat bedrijven in de EU ook uitsluitend assemblage kunnen opzetten, terwijl een groot deel van de onderdelen nog steeds uit China komt. Statistisch gezien zou daarmee weliswaar productie naar Europa worden gehaald, maar het effect op banen en kennisoverdracht kan aanzienlijk kleiner zijn.
De analisten gaan er in hun prognoses echter van uit dat tegen 2030 volwaardige productie belangrijker zal zijn dan gedeeltelijke assemblage en dat deze trend tot 2035 verder doorzet. Doorslaggevend is hoe streng de definitieve regels voor toegevoegde waarde worden en hoe consequent ze doorwerken in subsidie- en aanbestedingscriteria.
Gevolgen voor de markt in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland
Als Chinese merken daadwerkelijk in grote aantallen in Europa gaan produceren, kan dat de concurrentie merkbaar veranderen. Meer lokale productie kan kortere levertijden en mogelijk stabielere prijzen opleveren. Tegelijkertijd neemt de druk op Europese fabrikanten toe om hun kosten te verlagen en innovatiecycli te versnellen.
Voor het segment van elektrische auto’s is dit ook een batterijvraagstuk: wie de productie van cellen en de assemblage van batterijpakketten in Europa uitbreidt, vermindert afhankelijkheden en kan regelgevende hindernissen gemakkelijker omzeilen. De opmars van LFP in China laat zien hoe sterk technologie- en kostencurves kunnen verschuiven zodra schaalvergroting effect krijgt. In dit verband: Chinese batterijmarkt: LFP domineert en verdringt NMC.
Waarom dit indirect ook gevolgen heeft voor Tesla
Tesla produceert al lokaal in Europa en heeft daarmee een structureel voordeel ten opzichte van strategieën die uitsluitend op import zijn gebaseerd. Als nu meer fabrikanten dit voorbeeld volgen, verandert „bouwen in Europa” van een onderscheidend kenmerk in de nieuwe norm. Daardoor verschuift de concurrentie naar product, software, efficiëntie en prijs.
Hoe groot de prijsdruk al is, blijkt ook uit kortingen en financieringsacties op de markt. Een voorbeeld van Tesla: Tesla Model Y met 0%-financiering en een dubbele korting. Ook andere merken bieden stimuleringsmaatregelen aan, zoals MG: MG met een EV-bonus van € 6.000 tot eind september 2026.
Korte conclusie: Europa wordt een productiecentrum, niet alleen een afzetmarkt
De prognose van ongeveer één miljoen in Europa geproduceerde voertuigen van Chinese merken tegen 2030 is een duidelijk signaal: hun Europese strategieën worden volwassener, lokaler en meer op de lange termijn gericht. Of dit vooral assemblagecapaciteit of echte toegevoegde waarde oplevert, hangt sterk af van de definitieve EU-regels en van de mate waarin de productie van batterijen en onderdelen daadwerkelijk naar Europa verhuist.
Voor klanten in de DACH-regio betekent dit: meer concurrentie, een groter modellenaanbod en op termijn een productiemix met een sterker Europees karakter, ook als de merklogo’s Chinees blijven.



