VW produceert batterijcellen in Salzgitter voor de volgende golf elektrische instapmodellen
Volkswagen haalt bij een van de belangrijkste onderdelen van de elektrische auto meer toegevoegde waarde naar Duitsland: in Salzgitter is de productie van eigen batterijcellen van start gegaan. Eerder werden er al cellen voor testvoertuigen geproduceerd, maar nu volgt de belangrijke stap naar serieproductie, omdat de eerste modellen met deze cellen daadwerkelijk in de verkoop moeten gaan.
Voor de DACH-markt, oftewel Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, is dit vooral vanuit industriepolitiek en prijsoogpunt interessant. Batterijen vormen de grootste kostenpost van een elektrische auto, terwijl Europa voor cellen en grondstoffenketens nog altijd sterk afhankelijk is van Azië. Elke lokaal schaalbare productiefaciliteit vermindert de risico’s rond toeleveringsketens, prijzen en geopolitieke spanningen.
Waarom dit belangrijk is: Europa blijft voor cellen sterk afhankelijk van China en Korea
De wereldwijde batterijmarkt wordt nog altijd in belangrijke mate bepaald door Chinese fabrikanten zoals CATL en BYD, naast grote spelers uit Zuid-Korea. Europa heeft weliswaar een sterke auto-industrie, maar speelde tot nu toe een veel kleinere rol bij de productie van cellen dan bij de bouw van voertuigen zelf. Dat VW nu de eigen productie opschaalt, is daarom meer dan symboliek.
Deze stap moet ook worden gezien tegen de achtergrond van het feit dat niet elk Europees batterijproject de laatste tijd volgens plan is verlopen. Na het stopzetten van een groot Europees project waarbij ook VW betrokken was, neemt de druk toe om op betrouwbare wijze eigen capaciteit op te bouwen en die vervolgens snel volledig te benutten.
Start met 37 en 52 kWh: deze accu’s staan centraal in de „Urban Electric Car Family”
Bij de productiestart richt VW zich eerst op de „kleinere” batterijformaten, concreet op 37 en 52 kWh. Precies deze capaciteiten zijn bestemd voor de komende instapmodellen van de groep: de ID. Polo en de zustermodellen Cupra Raval en Skoda Epiq. Later moeten de cellen ook in andere modellen worden gebruikt, zoals de ID. Cross.
Tegelijkertijd bouwt het concern ook in andere landen celproductie op, onder meer via VW-dochter PowerCo in Spanje. Uiteindelijk draait het om schaalvergroting, want alleen met grote productievolumes kunnen de batterijkosten echt merkbaar worden verlaagd.
Uniforme cel en LFP als hefboom voor prijs en schaalvergroting
Technisch speelt bij VW vooral de zogeheten uniforme cel een sleutelrol. Het idee is om zo veel mogelijk modellen te voorzien van een gestandaardiseerd celplatform, zodat ontwikkeling, inkoop en productie eenvoudiger worden en hoge productieaantallen de kosten verlagen. VW ziet hierin een kostenvoordeel dat direct moet kunnen worden vertaald in concurrerende voertuigprijzen.
Ook de chemische samenstelling is belangrijk: VW kiest voor deze instapaccu’s voor LFP, oftewel lithium-ijzerfosfaat. LFP wordt in China al jaren veel gebruikt vanwege de sterke verhouding tussen kosten, praktische bruikbaarheid en levensduur. Voor Europese fabrikanten begint LFP nu pas op grotere schaal de standaard te worden. Dat sluit aan bij de strategie om elektrische auto’s in de prijsklasse van 25.000 euro daadwerkelijk haalbaar te maken, zoals VW met de nieuwe familie compacte modellen beoogt.
Wat LFP in de praktijk betekent
- Lagere celkosten, wat vooral in het instapsegment doorslaggevend is
- Robuuste chemie voor veel laadcycli, vaak met de mogelijkheid om de accu in het dagelijks gebruik tot 100% op te laden
- Daar staat doorgaans een lagere energiedichtheid dan bij NMC tegenover, wat bij dezelfde afmetingen ten koste kan gaan van de actieradius
Capaciteit: bij de start 20 GWh en later maximaal 40 GWh
Voor de productiestart noemt VW aanvankelijk een jaarlijkse capaciteit van 20 GWh, wat naar schatting voldoende is voor ongeveer 250.000 elektrische auto’s. De maximale uitbreidingsfase wordt geraamd op 40 GWh. Om de fabriek rendabel te laten draaien, zijn echter twee dingen tegelijk nodig: een stabiele vraag naar de nieuwe elektrische modellen en een soepele opschaling van de productie zonder langdurige aanloopverliezen.
Dat is de echte vuurproef: de productie van batterijcellen is kapitaalintensief en de opbrengst moet op niveau zijn. Als de nieuwe generatie compacte modellen aanslaat, kan Salzgitter een echt strategisch voordeel worden, zowel voor de prijzen als voor de leveringszekerheid.
Duiding: waar de markt momenteel naartoe beweegt
De trend gaat duidelijk in de richting van schaalbare platforms, goedkopere celchemie en meer lokale productie. De stap van VW past precies in die ontwikkeling. Tegelijkertijd blijft de concurrentie groot: veel fabrikanten kiezen eveneens voor LFP en snellere laadarchitecturen, zoals blijkt uit de actuele discussie over 800-volt- versus 400-voltsystemen.
Voor kopers in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland draait het uiteindelijk vooral om de vraag of betaalbare modellen in voldoende aantallen beschikbaar komen, met een degelijke actieradius en betrouwbare levertijden. Als de batterijcellen uit Salzgitter precies dat helpen waarborgen, is dit een positief signaal voor de gehele markt voor elektrische auto’s.



